Pluimvee biologische bedrijven vleeskuikens

Er zijn maar weinig biologische bedrijven met vleeskuikens in 2025 (27)

Het aandeel biologische bedrijven met vleeskuikens is tussen 2016 en 2025 ruim verdubbeld van 2,1% naar 4,4%.

Bedrijven

Er zijn maar weinig biologische bedrijven met vleeskuikens. In 2025 zijn het er 27, dat is onveranderd in vergelijking met het voorgaande jaar. Hiervan is het merendeel gespecialiseerd (19). Dit aantal neemt toe. In 2016 waren het er 5.

Aandeel

Het aandeel biologische bedrijven met vleeskuikens is tussen 2016 en 2025 toegenomen van 2,1% naar 4,4%. Het aandeel dieren verdubbelde zich ruim. De gemiddelde bedrijfsomvang van de biologische bedrijven nam toe met 20%.

Dieren

Het aantal biologische vleeskuikens nam sterk toe van ruim 91.000 in 2016 naar ruim 270.000 in 2025.

Provincie

Het aandeel biologische vleeskuikens is in 2025 in Flevoland en Zuid-Holland het hoogst met respectievelijk 7,5% en 3,8%. In Drenthe, Friesland, Utrecht, Noord-Holland, Zeeland en Noord-Brabant worden niet of nauwelijks biologische vleeskuikens gehouden.
Het aantal biologische vleeskuikens is het grootst in de provincie Gelderland, met ruim 83.600. Op nummer 2 staat de provincie Friesland, met 73.000. In Drenthe, Friesland, Utrecht, Zeeland Groningen, Noord-Holland en Noord-Brabant komen niet of nauwelijks biologische vleeskuikens voor.

Over deze indicator

Deze indicator toont informatie over bedrijven met biologische vleeskuikens. Het betreft het aantal bedrijven uitgesplitst naar gespecialiseerde en overige bedrijven. Een bedrijf is gespecialiseerd als het aandeel van de betreffende diersoort in Standaardopbrengst (SO) gemeten meer dan 2/3 van het totaal aantal SO uitmaakt. Het betreft ook het biologisch aandeel in bedrijven en dieren en een verdere specificatie van het aantal dieren. Het aantal en aandeel wordt ook met 2 kaarten per provincie weergegeven. Deze informatie is gebaseerd op gegevens uit de CBS-Landbouwtelling.

Het gaat daarbij om bedrijven met een Standaardopbrengst (SO) van minimaal € 3.000. De SO van de bedrijven wordt normatief berekend aan de hand van de opgegeven aantallen dieren (peildatum 1 april) en de gewasoppervlakten (peildatum 15 mei). De afbakening van de bedrijven in de Landbouwtelling is in de loop der jaren een aantal keer gewijzigd. Een grote verandering vond plaats in 2016. Vanaf toen zijn alleen bedrijven meegenomen die in het handelsregister staan ingeschreven met een agrarische activiteit (SBI). In de Landbouwtelling zijn ook bedrijven opgenomen die niet hebben gereageerd op het verzoek om de Gecombineerde Opgave in te vullen. De gegevens van die bedrijven zijn door het CBS geschat.